Donkere krullen markeerden zijn gelaat. Op de recente foto die zijn moeder aan mij laat zien staat een lange, slanke jongen van begin 20. Hij lacht maar iets in zijn ogen verraadt de melancholie die hij zo lang wist te verbergen. Een schaduw valt over zijn gezicht wat het onbestendige gevoel, dat de foto mij geeft, versterkt. Alsof iets niet gezien mag worden. Uit het licht moet blijven.
Zijn moeder vertelt mij hoe zijn leven vanaf het prille begin een worsteling was geweest. De moeizame zwangerschap met de en een vroeggeboorte. Een jongetje zo klein dat hij in zijn vaders handpalm paste. Jari noemden ze hem, het betekent strijder, en hij deed zijn naam eer aan; na enkele maanden in de couveuse mocht hij mee naar huis. Wat een levensdrift in dat hele kleine lijfje. Hij groeide op van dromerig kind dat het liefst op zichzelf was, tot slungelige puber. Zijn gelaat geteisterd door acne. Zijn haar voor zijn gezicht, schouders gekromd, hij wilde niet opvallen, niet gezien worden. Toen begon het pesten. Het had zijn verdere schooltijd geduurd. Zijn moeder vertelde hoe zij machteloos moest toezien dat haar kind zich steeds meer terugtrok in zijn eigen wereld. Een wereld waar ook zij en zijn vader hem niet meer konden bereiken.
Ik bladerde door het fotoalbum dat inmiddels op mijn schoot lag. Plaatjes van Jari als klein jochie op de kinderboerderij, de donkere krullen om zijn ronde koppie, stralend met een konijntje in zijn kleine handjes, familiefeestjes, vakanties, de klassenfoto van groep 8 waarop hij achteraan staat, verscholen achter de andere kinderen, zijn blik naar beneden alsof hij al wist wat zou komen. Na de middelbare was hij een technische opleiding gaan volgen. Hij kreeg een baan bij het bedrijf waar hij stage had gelopen en er kwam een vriendin. Er werd uitgekeken naar een eigen plek samen. Toen zij het onverwacht uitmaakte, keerde Jari zich terug in zichzelf. Onbereikbaar, tot die fatale dag. Een zelfgekozen einde.
Voor mij op de verzorgtafel ligt zijn lichaam. Ik rits de witte zak voorzichtig open. Of ik een haarlok van zijn donkere krullen wilde knippen had zijn moeder mij gevraagd. Haar zoon nog zien was niet meer mogelijk geweest. Terwijl ik de schaar in zijn donkere lokken zette, dacht ik aan de foto met het konijntje. Met een brok in mijn keel ritste ik de zak dicht. Dag lieve moegestreden Jari. Dag dappere strijder. Ik wens je licht.